|
Ingrid Mol houdt de map met notulen onder haar arm alsof het een fotoalbum is. Drie jaar vergaderen zit erin. Het is een grijze dinsdagochtend in Kogerveld, op een paar minuten lopen van het station, en we gaan de hellingbaan af naar de garage onder haar appartementencomplex. Achtenveertig woningen, veertig parkeerplekken. Aan de betonnen pilaren hangen sinds de zomer de eerste laadpunten. “Het begon met een bewoner die een verlengsnoer uit zijn berging naar zijn auto trok,” vertelt ze. “Dat kon natuurlijk niet. Maar hij had wel een punt. Er kwamen steeds meer elektrische auto’s bij en niemand kon thuis laden.” Eerst vergaderen, dan borenEen laadpunt in een gezamenlijke garage is geen zaak van één eigenaar. Het plafond, de muren en de leidingen zijn van iedereen, dus de vereniging beslist. Bij Ingrid kwam het onderwerp twee keer op de agenda van de ledenvergadering. De eerste keer strandde het op vragen. Wie betaalt er, wat gebeurt er als straks iedereen tegelijk laadt en wat vindt de verzekeraar ervan? “We hebben toen afgesproken dat we pas zouden stemmen als we wisten wat het gebouw aankan,” zegt ze. De beheerder zocht uit wat de splitsingsakte voorschrijft en de VvE vroeg Elektricien Zaandam om de installatie in de garage en de aansluiting van het gebouw door te meten. Wat de aansluiting aankanDat bleek het echte vraagstuk. Over dezelfde aansluiting lopen de lift, de verlichting in de trappenhuizen, de ventilatie van de garage en de bergingen. Er was ruimte over, maar nooit genoeg voor veertig auto’s die om zes uur ’s avonds allemaal op vol vermogen gaan laden. De oplossing werd laadbeheer. Alle laadpunten hangen aan een eigen verdeler en een regeling verdeelt het vermogen dat over is. Draaien de lift en de ventilatie hard, dan laden de auto’s even wat rustiger. ’s Nachts gaat het sneller. “Je merkt er eigenlijk niks van,” zegt Ingrid. “Je zet je auto ’s avonds neer en ’s ochtends heb je genoeg om naar je werk en terug te rijden.” Elektricien Zaandam hing een kabelgoot langs het plafond met aftakpunten bij elke rij plekken. Er zijn nu acht laadpunten, maar de goot en de verdeler zijn berekend op alle veertig plekken. Wie later instapt, hoeft dus niet opnieuw het plafond open te laten maken. Eerlijk verdelenOver het geld werd het langst gepraat. Een deel van de leden wilde de basis uit het reservefonds betalen, omdat laadpunten het hele gebouw meer waard maken. Bewoners zonder auto zagen dat anders, en ook een paar ouderen op de bovenste verdieping die nooit meer een auto gaan kopen. Het compromis was dat de eerste acht laders samen de verdeler, de kabelgoot en het laadbeheer betaalden, en ieder zijn eigen laadpunt. Wie er later bij komt, betaalt een instapbedrag dat terugvloeit naar die eerste groep. Elk punt heeft een eigen meter, zodat de stroom per kilowattuur via de servicekosten wordt verrekend. Op de laatste vergadering was er nog één discussie, over de bordjes. Mag een plek met laadpunt ook door een benzineauto worden gebruikt? Het antwoord werd ja, want iedereen heeft een vaste plek en die blijft van jou. Ingrid rijdt zelf nog op benzine. “Over een paar jaar niet meer,” zegt ze, en ze tikt op een kale pilaar naast haar plek. “Hier komt de mijne. Ik weet nu al precies wat het kost.” |

